Boswachter Olav Martens

(Favoriete plekken zijn voortaan op Amsterdamse Bos TV te zien - zie de homepage)

 

 

Olav Martens, op naar de volgende favoriete plekVan alle boswachters is hij het makkelijkst te herkennen. Als enige draagt hij nooit een dienstpet ('Daar hou ik niet van.'). Olav Martens is bijna 23 jaar werkzaam in het Amsterdamse Bos en is daarmee de een na langst dienende boswachter. In al die jaren heeft hij zo veel meegemaakt dat hij nergens meer voor terugschrikt. Niet voor niets is hij ook degene die tijdens de wekelijkse hondentrainingen meestal het bijtpak draagt en als 'boef' door de honden wordt besprongen. Hij had duidelijk nagedacht over zijn favoriete plekken en bracht ons overal gedecideerd naar toe.

 

De Kleine Noorddijk met de St. Urbanuskerk en links de oeverlandenDe boswachter blijkt een gezegend man, hij woont namelijk in het Bos. Vanuit het beheergebouw leggen we eerst zijn dagelijkse route af en belanden op de Kleine Noorddijk met ruiterpad, wandelpad en fietspad naast elkaar. Het is een oude dijk tussen de Kleine Poel, de oeverlanden van de Amstelveense Poel en de rest van het Bos. Komend vanaf de richting van de camping zegt Olav Martens: 'Een prachtige weg. Links zie je het Bos en rechts heb je landelijke weilanden met ossen, ganzen, de eerste huizen van Bovenkerk, iets verderop de St. Urbanuskerk en dan de oeverlanden. Het heeft alles. Iedere dag dat ik hier rijd waan ik me een ridder te paard die op deze oprijlaan naar zijn kasteel gaat.'

 

Uitzicht vanaf de Speeleilanden richting HeuvelHet is niet de eerste keer dat hij een romanticus blijkt te zijn. De volgende locatie waar hij ons mee naar toe neemt zijn de Speeleilanden tussen de Kano- en Waterfietsenverhuur en het paviljoen op de Kleine Speelweide. In de zomer is dit misschien wel de mooiste plek in het Bos voor kinderen om zich te vermaken. Geen volwassene die er ooit komt, behalve begeleiders. Olav neemt er plaats op een houten bankje aan het water en begint hardop en lyrisch te mijmeren. 'Dit is zo mooi! Eerst heb je de Grote Vijver hiernaast en dan aan de overkant die hele lange bomenrij die zichtbaar is tot aan de Heuvel. Vooral die bomen zijn schitterend, met al die verschillende vormen, kleuren en hoogten. Eigenlijk zie je hier het hele Bos in één oogopslag.'  Opeens wijst hij naar een plek tien meter van hem vandaan en zegt: 'Kijk, en dáár, precies op die plek, heb ik tijdens een kindersurvival mijn vrouw ontmoet.'        

 

Vlakbij ligt de Kleine Speelweide met het paviljoen met de rode parasols en uitzicht op de Grote Vijver. 'Iedere keer als ik hier kom moet ik denken aan de allereerste keer dat ik hier als kleine jongen kwam. Dat eerste beeld van deze plek heeft me nooit verlaten.'  Even later dient zich weer een moment van jeugdsentiment bij hem aan. We stoppen vlak voorbij boerderij Meerzicht en kijken uit over Polder Meerzicht richting de gebouwen van de Zuidas in Amsterdam.

De 'tunnel' van Olav MartensOlav Martens: 'Ik was een stadskind en ging op m'n twaalfde voor het eerst met mijn ouders naar het Bos. In het Bosmuseum, dat toen bij boerderij Meerzicht was aangebouwd, zag ik een poster met allemaal vogels erop. Die poster kostte vijf cent. De week daarna ben ik met de bus naar de VU gegaan en vandaar verder gelopen naar het Bosmuseum, maar ik raakte al snel de weg kwijt. Wat ik mij herinnerde is dat we door een tunnel liepen, zo'n rond gat in het bos waardoor je opeens tussen de donkere bomen loopt. Ik heb die tunnel uiteindelijk gevonden en denk nog altijd aan die zoektocht als ik er nu in ga. In het Bosmuseum heb ik toen twintig vogelposters gekocht voor één gulden. Thuis heb ik er één opgehangen en de anderen in een koker in een kast bewaard, als schat. Daarna raakte ik, als enige in de klas, geïnteresseerd in de natuur. Ik probeerde de vogels te zien die op de poster stonden, ging een herbarium aanleggen en verdiepte me in bomen.'  

 

We vertellen hem dat we graag iets zouden willen schrijven over de verboden gebieden in het Bos en waaròm ze verboden zijn. Hij is meteen enthousiast. 'Dat gaan we doen,'  zegt hij, 'en dan doen we er meteen 'verborgen' gebieden bij. Daar weet ik er ook wel een paar van. Plekken waar mensen niet komen omdat ze ze niet kennen, maar die heel mooi zijn.'  Zoals de Speeleilanden bijvoorbeeld.    

Bijzonderheden


De Kleine Noorddijk is de weg die loopt langs de oeverlanden van de Amstelveense Poel en de Kleine Poel aan de ene kant en het Bos aan de andere kant. Tot de aanleg van het Bos viel het onder Aalsmeer-Oost. Van de camping uit gezien stonden links van de dijk enkele boerderijen en rechts enkele huizen en bedrijfjes, in totaal zo'n 25 aan weerszijden. Door de aanleg van het Bos moesten ze allemaal verdwijnen, op twee na. Als gevolg van de Tweede Wereldoorlog zijn pas in 1958 de laatste woningen gesloopt. De Kleine Noorddijk is een waterkerende dijk van de Schinkelpolder. Hét baken van de dijk en de nabije omgeving is de toren van de St. Urbanuskerk in Bovenkerk, die dateert van 1875 en dringend aan restauratie toe is.

 

De Speeleilanden in de Grote Vijver tussen het Kanocentrum en het paviljoen op de Kleine Speelweide zijn populair bij kinderen. De eilanden zijn te bereiken via een wankele loopbrug, hangend langs een kabel of met een trekpontje. De bomen zijn er om in te klimmen of hutten in te bouwen. De eilanden lagen er altijd ongebruikt, totdat in 1995 een creatieve geest (Richard Stark) op het idee kwam er speeleilanden van te maken. Van alles is er sindsdien georganiseerd: Pirates of the Caribbean, jungle expedities, survivaltochten, overnachtingen in een schuilkelder of een zelfgemaakte hut en andere spannende opdrachten. Helaas is deze zomer een einde gekomen aan deze activiteiten. Wie weet komen ze ooit terug. De Speeleilanden blijven intussen gewoon toegankelijk voor iedereen die er zelf wil spelen.

 

Het Bosmuseum bij Boerderij Meerzicht is in 2004 opgegaan in het Bezoekerscentrum, maar lang niet alles is meeverhuisd. Het museum was er in 1966 gekomen en acht jaren later uitgebreid met een expositieruimte. Er was van alles te zien wat in het Bos voorkwam: een groot diorama, vitrines met insecten en vlinders, foto's, opgezette dieren in grotten en veel andere aspecten van natuurhistorische waarde. Het Bosmuseum trok tienduizenden bezoekers per jaar, maar verkeerde in slechte staat.